Vrouwen in de Overgang

Alles over de Overgang & Menopauze

Vrouwen in de Overgang

Diagnose overgang

Wanneer een vrouw al een jaar niet meer menstrueert rond de leeftijd van de overgang, is zij officieel in de overgang (in Nederland gemiddeld met 52 jaar). De definitie van de menopauze is de laatste menstruatie. De overgang (ook wel climacterium of perimenopauze genoemd) is de periode om deze menopauze heen. Dit staat volledig los van de klachten die u kunt hebben, die beginnen vaak al voordat u stopt met menstrueren.
Ongeveer 20% van de vrouwen heeft weinig tot geen klachten en fietsen dus moeiteloos door de overgang.

Verhaal van klachten

De diagnose overgang wordt gesteld op basis van het verhaal van klachten. Opvliegers en nachtelijke transpiratie-aanvallen zijn bekend, maar ook andere klachten horen bij de overgang. Gewrichtsklachten, stemmingswisselingen zoals irritatie (kort lontje) en emotionele instabiliteit (snel huilen), minder zin in vrijen, herhaalde blaasontstekingen, droge slijmvliezen (last met contactlenzen, pijn bij het vrijen), slapeloosheid (vaak midden in de nacht klaarwakker), minder sociaal (liever thuis op de bank dan naar een feestje of visite), een verandering van het figuur (gewichtstoename en/of het krijgen van een buikje), haargroei op ongewenste plaatsen zoals op de bovenlip of op de kin, een gespannen gevoel in het hele lijf, depressief en/of angstig zijn, kunnen er ook allemaal bij passen.

Bij vlagen

Wat het lastig maakt is dat dit vaak bij vlagen gebeurt. Er zijn periodes dat u zich prima voelt en er minder last van heeft en periodes waarbij u echt niet lekker in uw vel zit. Dit kan dus allemaal al optreden terwijl u nog gewoon ongesteld bent. Hierdoor wordt er vaak niet snel aan de overgang gedacht.

Bloedonderzoek en diagnose

De klachten komen met name door de daling van het hormoon oestrogeen wat minder wordt aangemaakt in de eierstokken. Daardoor krijgt een kliertje in de hersenen, de hypofyse, een seintje waarop het FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) wordt aangemaakt in de hoop de eierstokken te stimuleren om meer oestrogeen aan te maken.

bloedonderzoekDit FSH wordt dan vaak bepaald in het bloed om te kijken of het verhoogd is en of uw klachten dus kunnen passen bij de overgang. Omdat juist in deze periode een en ander in vlagen gaat en kan wisselen, kan het best zijn dat in het bloed een laag gehalte aan FSH gemeten wordt terwijl de klachten toch een beginnende overgang kunnen aanduiden.

Naast het FSH wordt een bepaling naar oestrogenen (estradiol) verricht.
Bij vrouwen rond de overgang is deze waarde laag omdat de eierstokken geen eicellen meer hebben die dit hormoon aanmaken. Dit wordt meebepaald om het onderscheid te kunnen maken tussen vrouwen die nog vruchtbaar zijn waarbij dan soms het FSH nog hoog is vooraf aan een eisprong, hierbij stijgt dan ook de waarde van het oestrogeen.

Bloedonderzoek en de pil

Voor vrouwen die de pil slikken en dus geen eigen cyclus meer hebben is het niet zinnig dit te controleren in het bloed. De hormonen van de pil maken de bloeduitslagen onbetrouwbaar. Pas wanneer u minimaal twee maanden gestopt bent met de pil, heeft het zin om bloed te prikken op hormonen. Vaak is het dan ook al duidelijk omdat u wel of geen klachten heeft en wel of geen menstruaties.

Bloed prikken zegt dus niets of weinig of u in de overgang bent wanneer u nog een cyclus heeft of de pil slikt. Bij vrouwen die al een tijdje geen menstruatie meer hebben of waarbij deze regelmatig overslaat kan het eventueel wel van nut zijn, alhoewel het menstruatiepatroon op zich ook al een signaal is. Wanneer u geen baarmoeder meer heeft doordat die ooit verwijderd is bij een operatie, kan bloedonderzoek misschien ook helpen omdat u dan geen menstruatiepatroon meer hebt om op te varen.

Vruchtbaarheid

Wat betreft de vruchtbaarheid: een hoog FSH betekent minder tot geen vruchtbaarheid meer. In principe wordt ervan uitgegaan dat u na uw 50e niet meer vruchtbaar bent, dus onder uw 50e kan nog wel eens bloed geprikt worden om te kijken of anticonceptie nog nodig is.

Conclusie over bloedonderzoek

Bloedonderzoek heeft vaak geen nut of toegevoegde waarde. Het totale plaatje maakt vaak wel duidelijk wat er aan de hand is.

Wel kan het soms zinnig zijn om met behulp van bloedonderzoek ander oorzaken uit te sluiten zoals: schildklierproblemen, bloedsuikerafwijkingen of andere hormonen van bijvoorbeeld de bijnier en vitaminetekorten. Klachten hiervan kunnen deels lijken op overgangsklachten. Dus blijf niet rondlopen met klachten maar ga naar uw huisarts.

Testosteron

Zin in vrijen en opwinding vermindert bij 15% van de vrouwen na de overgang op basis van een tekort aan onder andere het hormoon testosteron. Deze en enkele andere, ten onrechte mannelijke hormonen genoemd (want vrouwen maken ze ook) kunnen ook in het bloed worden bepaald. Wanneer er echt sprake van een tekort is, kunt u worden doorverwezen naar een arts-seksuoloog voor medicatie.

Hormoondaling en klachten

De hoogte van het hormoon FSH en oestrogeen is niet bepalend voor de mate van klachten. Dit betekent dat een daling van het hormoon oestrogeen in uw bloed niet hoeft te betekenen dat u klachten heeft. Er is geen verband tussen de waardes, dus een kleine daling kan zowel geen, weinig of veel klachten geven.

Dus wanneer u medicatie voor overgangsklachten gebruikt, is het niet zinvol om de waardes in het bloed te onderzoeken. Het effect van medicatie op de klachten bepaalt of er is gekozen voor het juiste preparaat en/of dosering. Als de klachten verminderen, werken de medicijnen.