Vrouwen in de Overgang

Alles over de Overgang & Menopauze

Vrouwen in de Overgang

Meer begrip voor vrouwen met overgangsklachten

Interview met gynaecoloog Katinka Overmars

Katinka Overmars is sinds 2008 gynaecoloog in het Amstelland ziekenhuis in Amstelveen. Ze heeft zich onder andere gespecialiseerd in overgangsklachten en laparoscopische uterusextirpatie. Dit is het verwijderen van de baarmoeder met behulp van een kijkoperatie.

“Veel vrouwen die bij mij komen met overgangsklachten, zijn doorgaans al langer op zoek naar een oplossing voor hun klachten. Vaak zijn ze al geruime tijd van het kastje naar de muur gestuurd, waarmee ik niet wil zeggen dat ze allemaal naar de gynaecoloog moeten. Het gaat mij erom dat ze gehoord en begrepen worden. Dat ze de behandeling krijgen die ze nodig hebben.”

Katinka maakt zich sterk voor meer begrip en goede behandeling van overgangsklachten door huisartsen. “Natuurlijk zijn er veel huisartsen die overgangsklachten in een vroeg stadium prima behandelen. Die zich regelmatig bijscholen en daardoor kennis hebben van de nieuwste inzichten. Maar ik zie te vaak vrouwen die soms al jaren veel last hebben van overgangsklachten met ernstige hinder in hun dagelijks functioneren. Regelmatig zijn ze erg moe door bijkomende slaapproblemen. Het gaat mij echt aan het hart als ik zie hoe de mensen eraan toe zijn als ze na een lange weg bij mij komen. Het leven is té leuk! Ik gun het iedereen om daarvan te kunnen genieten.”

Samenwerking

“Het is mijn doel om deze zorg waar mogelijk bij de huisartsen te laten. Voorwaarde is dat zij voldoende informatie hebben om deze klachten te behandelen, waarbij ze zich voor advies tot een specialistische gynaecoloog kunnen wenden. Er wordt veel onderzoek gedaan, er zijn steeds meer nieuwe inzichten. Het is belangrijk om die mee te nemen in de adviezen. Kortom: Zorg waar de zorg hoort waar nodig met hulp van specialisten.”

Meer mogelijkheden door onderzoek

Als gevolg van gericht onderzoek komen er steeds meer behandelmogelijkheden en wordt het advies beter toegespitst op de persoon. “Ik volg de ontwikkelingen op de voet. De keus uit alternatieve behandelmethoden wordt steeds ruimer. Hormonale therapie werkt het meest effectief, maar er zijn vrouwen waarbij dit af te raden is of die dit niet willen. Diverse geneesmiddelen die voor depressieve klachten, epilepsie en zenuwpijn gebruikt worden zijn een goed alternatief. Daarnaast helpen adviezen van overgangsverpleegkundigen voor aanpassing van voedingsgewoonten en leefstijl om de klachten te verminderen.”

Hormoontherapie

Er zijn nieuwe inzichten voor de bijwerkingen van hormoontherapie. Hierdoor komt deze behandeling in een positiever daglicht te staan. “Vrouwen die hun baarmoeder nog hebben, lopen na gebruik van hormoonpreparaten gedurende vijf jaar, een gering verhoogd risico op het krijgen van borstkanker. Dit risico is echter vele malen kleiner dan het risico dat ieder ouder wordende vrouw na de overgang loopt op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten.”

Ter vergelijking:

Als je rookt, overgewicht hebt of meer dan een glas alcohol per dag drinkt, heb je even veel dan wel meer kans op borstkanker dan wanneer je deze medicijnen gebruikt. Vrouwen die geregeld vet voedsel eten lopen bijvoorbeeld 3x zo veel kans om borstkanker te krijgen. “Bij een combinatie van bovengenoemde factoren wordt het risico verhoogd. Informatie is belangrijk, zodat de vrouwen zelf kunnen kiezen of ze behandeld willen worden en hoe.”

De behandeling is doorgaans voor een jaar, daarna worden de medicijnen afgebouwd. Tussentijds wordt deze waar nodig aangepast en indien gewenst kan de behandeling langer voortgezet worden. “Deze groep patiënten vind ik erg boeiend omdat ze echt goed te behandelen zijn. Het is zo mooi om de vrouwen weer op te zien bloeien. Ze krijgen weer energie om van alles te ondernemen.”

Tip

Tot slot geeft Katinka nog een waardevolle tip: “Elke gynaecoloog specialiseert zich op het gebied waar zijn interesse ligt. Als je doorverwezen wordt, ga dan op zoek naar een gynaecoloog die gespecialiseerd is in overgangsklachten.”

 

Auteur: Dominique van de Wijgaart