Vrouwen in de Overgang

Alles over de Overgang & Menopauze

Vrouwen in de Overgang

coen-netelenbos Osteoporose

Zorg voor zo veel mogelijk bot op de bank!

Coen Netelenbos, is in 1961 begonnen met zijn studie aan de VU en daar altijd aan verbonden geweest. Hij is nu 10 jaar met pensioen maar heeft het nog nooit zo druk gehad met het doen van onderzoek waar hij intensief mee bezig is. Hij is gespecialiseerd in botstofwisseling en met name osteoporose. In de jaren tachtig is daar de postmenopauzale osteoporose bijgekomen.

Netelenbos: ‘Vanaf de jaren 80 is veel verwarring ontstaan over de toediening van oestrogenen. Er is nu meer over bekend, ook over de positieve effecten en risico’s.’

Coen Netelenbos is vandaag de dag nog zeer actief bezig met het doen van onderzoek. Hij stuurt uitgebreide vragenlijsten naar vrouwen van 243 huisartspraktijken. De conclusies gaan over de zin/onzin van screenen van vrouwen op osteoporose. Deze uitkomsten vormen straks de basis van de toekomstige richtlijnen.

Risicofactoren osteoporose

botaanmaak-en-botverliesVrouwen hebben veel botverlies vanaf het begin van de overgang door de verlaging van hun oestrogeenspiegel. Het grootste botverlies treedt op vanaf twee jaar voor de laatste menstruatie (menopauze) tot de eerste twee jaar erna. Daar is helaas niet zoveel aan te doen. Het enige is eigenlijk zorgen dat je als kind en jongvolwassene zoveel mogelijk bot aanmaakt zodat je als het ware ‘veel bot op de bank’ hebt.

Hoe krijg je bot op de bank?

Netelenbos: ‘Mazzel hebben met het genenpakket van je ouders, goede voeding en veel bewegen. Bewegen is veruit het belangrijkste medicijn. Dat is sowieso voor alle organen het geval. Als je beweegt, gebruik je spieren en die zitten vast aan het bot. Druk op het bot, hupsen, springen is dus goed. Doe wat je leuk vindt want dan hou je het ook vol, maar beweeg! Bewegen tijdens het hele leven; daar kan geen medicijn tegen op.’

‘Verder is voeding ook heel belangrijk: haal calcium uit je voeding; melk, zuivelproducten. 3 x Per dag een zuivelproduct. Er zit ook veel calcium in broccoli en noten. Neem geen tabletten want er blijkt uit onderzoeken dat hoge doseringen calcium hartproblemen zouden kunnen veroorzaken, de calcium schiet dan ineens omhoog in het bloed. Het is beter het uit voeding te halen.
Dat geldt eigenlijk voor alle voedingssuplementen behalve vitamine D, de eerste 4 jaar van het leven en voor 15% van de bejaarden die niet (voldoende) buiten komen.’

De jonge jaren zijn dus cruciaal en het lijkt verstandig ook goed op voeding en bewegen te letten vlak voor en in de overgang. Dus het moment van onregelmatige menstruatie (wat Netelenbos ‘utteren’ noemt), is het juist zinvol om goed op je calcium te letten. Dus meestal vanaf ca. 45 jaar.

Risicoprofiel

De huisarts heeft een checklist met risicofactoren voor osteoporose. Coen Netelenbos is voorstander van standaard risicoprofielen maken vanaf 50 jaar met betrekking tot chronische ziekten. Netelenbos: ‘Men heeft recht op 1 gesprek van een half uur op basis van een risicoprofiel. Deze kan je samenstellen op basis van vragenlijsten en eventueel gericht onderzoek. De bevolking zou dit moeten eisen. Huisartsen zouden mensen hiervoor moeten uitnodigen als ze 50 worden.’

25% Van de vrouwen met overgangsklachten komen in aanmerking voor het nemen van oestrogenen. Hij is voorstander van het alleen voorschrijven van oestrogenen bij ernstige klachten. Oestrogeen werkt goed op botafbraak en zijn aantoonbaar minder heupfracturen. Wel is het zo dat wanneer je stopt met oestrogenen, bijvoorbeeld op je 60ste, dat het botniveau weer snel zakt.

Wanneer is een botdichtheidsmeting zinvol?

Een botdichtheidsmeting (DXA-meting) is niet zinvol als screeningsmethode. Het is alleen zinvol als je risicofactoren hebt.

Risicofactoren zijn:

  • Wanneer je vanaf je 45ste botbreuken hebt doorgemaakt, bijvoorbeeld polsbreuken.
  • Als je ouders heupbreuken of echte osteoporosebreuken hebben gehad.
  • Als je gewicht erg laag is.
  • Als je bijvoorbeeld prednison gebuikt.
  • Als je ziektes hebt die botafbreuk bevorderen zoals bijvoorbeeld schildklierproblemen.

Over de botdichtheidsmeting

Het apparaat (DXA) meet van voor naar achter: hierbij wordt de botmassa gemeten. ‘Er wordt te weinig aan de zijkant gemeten (een zijdelingse scan); dan zie je namelijk de structuur. Bij wervelinzakking moet je behandelen terwijl de massa misschien nog niet te laag is. Er wordt nu in slechts 30% een zijdelingse scan gemaakt. Deze zijdelingse scan is echter wel opgenomen in de richtlijnen. In 30% van de gevallen is de botmassa voldoende en toch de structuur niet intact. Dat is een must voor behandelen.’

Een ander probleem is: als de DXA onder de -2,5 standaarddeviatie is, dan heb je osteoporose maar de meeste vrouwen hebben -1,5 of -2. Dat noemen we osteopenie= botarmoede maar dat is geen ziekte. Vrouwen met botbreuken hebben niet altijd een te lage botmassa, dat komt dus door het verschil tussen structuur en massa.

Netelenbos waarschuwt voor het gevaar van overbehandeling van mensen die geen botbreuken hebben en een DXA van groter dan -2,5. Er zijn dus 3 soorten osteoporose die behandeld moeten worden:

  • Als de DXA kleiner is dan -2,5. Alleen in aanwezigheid van risicofactoren.
  • Bij wervel- of heupfractuur.
  • Bij botbreuken na het 50e jaar met op de zijdelingse DXA een wervelinzakking of wervelbreuk.

‘Het gaat erom díe te ontdekken. Belangrijk is dus om zelf te vragen om een zijdelingse DXA of röntgenfoto wanneer een zijdelingse DXA niet kan in dat ziekenhuis. Voor- en achterscan is ook belangrijk maar alleen voor de schifting tussen groter of kleiner dan 2,5.’

Wereldwijd worden osteoporosemedicijnen minder voorgeschreven terwijl het meer voorkomt. Het vertrouwen in medicijnen is gedaald. Er kunnen in zeldzame gevallen, ernstige bijwerkingen optreden. Dat wordt dan breed uitgemeten en vrouwen zijn daar bang voor. Er is te weinig goede voorlichting. Artsen kunnen te weinig goed communiceren; dat kost tijd en daardoor geld.

Volgens Netelenbos is er nog veel te weinig awareness. ‘Het staat in de richtlijn dat als je na je 50ste een botbreuk hebt, er een DXA volgt plus een zijdelingse DXA. Nu gebeurt dat maar bij 25% van de breuken. De awareness is de laatste 30 jaar niet toegenomen want de artsen vinden het niet sexy; ze vinden dat het bij het leven hoort.’